Emoties leiden altijd naar je Zelf
Afscheidsfeestje van mijn jeugdheld – ga ik of niet?

Oh boy. Ik heb een feestje waar ik enorm tegen op zie. Het is ook geen feest in de normale zin van het woord. Het is een afscheidsfeestje maar dat klinkt zo cru dat we het liever feest noemen.

Wat het cru maakt? Dat het zijn laatste verjaardag wordt. En trouwens ook de eerste die hij viert.

Het gaat om mijn jeugdheld. Ik hoorde via een gezamenlijke vriend dat hij ernstig ziek was, met weinig hoop op een toekomst. Ik kan de telefoon niet oppakken om het gesprek met hem aan te gaan.

Tijd zat

Ik voel verrassend weinig en verstop me in de de illusie van oneindigheid. Ik bel straks wel. Of morgen.
Dan komt de uitnodiging voor de verjaardag. Ik sus mezelf dat ik hem daar wel spreek.
Als ik ga.
Nog twee weken, tijd zat.
Zo’n vaart zal het niet lopen.

Ongemak

De orde van de dag roept. Als m’n vriendin belt, wordt het even ongemakkelijk: ‘Weet je nou al of je meegaat?’
Nee, ik weet het niet. Wat moet ik daar eigenlijk? Iedereen is ongemakkelijk, dat weet je van tevoren. Mensen drinken teveel vanwege de spanning en het ongemak. Ze lachen te veel, te hoog, te hard en proberen zich te verstoppen voor de pijn die als muziek overal doorheen dringt.

Herinneringen

Dan bedenk ik een list: ik schrijf een brief. Dan hoef ik mijn eigen verdriet niet weerspiegeld te zien in de ogen van de anderen. Ik zet me aan mijn bureau, pak pen en papier en ga terug in de tijd.

Herinneringen genoeg, vooral uit mijn kindertijd waar ik mezelf als elfjarig meisje in de garage zie zitten naast een zware motor, een zwarte Kawasaki 900 CC. Op de vloer een paar vuile lappen met daarop tientallen moertjes en schroefjes. Mijn held haalt het monsterlijke apparaat uit elkaar. Hij poetst elk onderdeeltje en onthoudt waar het hoort. Als alles glimt, wordt de motor weer in elkaar gezet. Een project van weken. Ik kijk ernaar met groeiende bewondering.

Bruine bonen

Die motor was een stuk indrukwekkender dan de Jaguar van mijn vader. Dat was een gevalletje penopauze, gekocht om indruk te maken op andere vrouwen dan mijn moeder. Dit even voor de beeldvorming. Mijn moeder probeerde er nog wat van te maken, maar elke avond bruine bonen alsof die dure auto niet op de oprit stond, viel zwaar. Het laatste stadium van een huwelijk is niet vrolijk.

Aandacht

In die setting wandelde deze held mijn leven binnen: Bijna twee meter lang, goedlachs en de nieuwe vriend van mijn zus. Een knapperd om naar te kijken. Als kleine zus speelde ik keer op keer Für Elise voor het stelletje. Ze hoorden het zo mooi in de slaapkamer en ik kon het zo goed spelen, zei hij. Na 2,5 minuut was het lied klaar en dan riep hij van boven: ‘Mooi joh! Speel dat nog eens!’ Ik voelde me gehoord en gezien. Hij bracht aandacht en vrolijkheid mee in een gezin waar de lol er wel vanaf was.

Vrijbuiter

Hij was een enorme vrijbuiter en na een aantal jaren dus zwager af. Die motor op zijn 18e was een voorbode voor de rest van zijn leven. Hij deed af en toe een flauwe poging om zich te settelen, maar vaak was het van korte duur. Hij woonde in zijn vrachtwagen, in een tuinhuisje (toen het begrip tiny house nog niet bestond) of in een loods. Net wat zich op dat moment aandiende.

Ontregelend

Maar elke paar jaar plopte hij op en stond ie ineens voor mijn neus, ‘Halloooo!’ immer stralende ogen en knappe kop. Kerstavond? Prima moment om onverwachts binnen te vallen. Werd ik wel eens chagrijnig van, waar hij me dan om uitlachte.

Ik had ondertussen zelf een graad van normaalheid gevonden, die hij met liefde onderuit haalde door het tegendeel te leven. Simpele dingen als spelen met eten; vond ik een slecht voorbeeld voor mijn zoon. Of waarom de kids in bad doen, als het ook buiten onder de tuinslang kan? Hij ontregelde en stelde alles ter discussie met zijn gedrag.

Waar hij voorheen veiligheid bracht, kwam er nu ontregeling binnen. Achteraf zie ik de perfecte timing pas. Was ik iets minder eigenwijs geweest, dan had ik van hem kunnen leren dat leven ook spelen betekent. Spelen was zijn forte.

Afkeer

Terug naar nu: mijn lieve vriendin belt me nog een keer om te vragen of ik nou wel of niet naar dat feestje ga. ‘Ik weet het niet. Ik ben bang dat ik spijt ga krijgen als ik niet ga, maar ik wil eerst weten wat ik wil. Daarna beslis ik.’

Ik voel duidelijk dat het belangrijk is dat ik eerst voel wat ik wil. Dit gaat over de emotiegroep Afkeer. Dat woord klinkt in deze situatie misschien vreemd maar daarmee heb ik het over een groep emoties die tezamen de groep Afkeer vormt. (Klik op het cijfer voor meer info 1Dit is de emotiegroep die ons behoedt voor voedsel dat niet goed voor ons is. Deze emoties zorgen er ook voor, dat we onze energie niet verliezen door dingen te doen die op dat moment niet passen bij wie we zijn, die ons niet voeden.
Je kunt je misschien voorstellen dat als je de emoties uit deze categorie stelselmatig onderdrukt, dat je dan op een burn out afstevent. Je leeft dan op de automatische piloot en handelt op moeten of doen zoals het hoort. Zonder acht te slaan op, of dat wat je doet, wel bij jou past of niet.
)

Veiligheid

Ik pak mijn pen weer op en duik in mijn herinneringen. Wat zocht ik eigenlijk in die garage? We zeiden niet veel tegen elkaar. Het was vaak stil. Dan valt het kwartje, dat me treft als een mokerslag: de stilte, de rust, de ordelijke manier van werken, geen greintje spanning als er iets niet lukte. Ik zat daar volkomen veilig te wezen. Iets wat ik thuis niet kende.

Met dat inzicht voel ik tranen opwellen. (Klik op het cijfer voor meer info 2 Tranen horen bij de emotiegroep Verdriet. In deze situatie wijst het op loslaten en werken de tranen harmoniserend. ) Nu begrijp ik waarom ik hem zo hoog heb zitten. En waarom ik alle ontregelende dingen erna, met de mantel der liefde bedekte.

Tranen

Ik schrijf mijn brief af. De tranen blijven vloeien als ik door mijn herinneringen reis. Zo gauw ik mijn pen neerleg, voel ik rust en ebben de tranen weg. Gelukkig, het werkt. De tranen brengen me terug in balans; de spanning van de afgelopen twee weken is weg. Ik kan nu ook weer helder denken. Of is het voelen?

Ik weet nu zeker dat ik naar dat feest wil. Hij is ziek en ik wil graag iets voor hem doen. Ik zou niet weten waar hij nu behoefte aan heeft, maar een ding is zeker: hij wil een feest dus ik haal mijn hakken met lood uit de kast en ik ga.